Translate

donderdag 23 november 2017

Waarom beschavingen verdwenen zijn en de onze gevaar loopt

De Chinese en Indiase beschavingen bestaan respectievelijk 5.000 en 3.500 jaar en hebben allicht nog een hele tijd te gaan. De geschiedenis leert echter dat vele grote culturen op een gegeven moment aan hun eind zijn gekomen.Wat zijn dan de verschillen tussen civilisaties die zich niet konden handhaven en samenlevingen die zich min of meer met goed gevolg wisten aan te passen aan veranderende omstandigheden ? Anders gezegd : wat deden de succesvollen om de vergissingen te vermijden van diegenen die ten onder gingen ?

In zijn boek "Ondergang : waarom zijn sommige beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen ?" uit 2005 tracht Jared Diamond, professor geografie aan de universiteit van Californië, bovenstaande vragen te beantwoorden.

Jared Mason Diamond (1937) is een Amerikaanse wetenschapper en auteur van zes wetenschappelijke werken. Omdat hij zich op verschillende natuurwetenschappelijke terreinen (fysiologie, antropologie, ecologie, evolutionaire biologie, ornithologie, milieugeschiedenis) gespecialiseerd heeft, wordt hij omschreven als een encyclopedische geest. Tijdens zijn lange carrière werd hij vele malen bekroond. Zo kreeg hij in 1998 de Pulitzerprijs voor zijn werk "Zwaarden, paarden en ziektekiemen" en een jaar later kreeg hij de 'National Medal of Science'.

De problemen die Diamond in "Ondergang" beschrijft zijn actueler dan ooit. In deze studie tracht hij na te gaan wat de val veroorzaakte van enkele grote beschavingen en wat onze generatie daarvan kan leren.



&&&

Hoe definieert Diamond een maatschappelijke ineenstorting ? Hij omschrijft dit als "een ingrijpende afname van de menselijke bevolking en/of verarming van de politieke/economische/sociale structuur, over een groot gebied en gedurende een lange periode." Diamond erkent wel dat het moeilijk te bepalen is hoe ingrijpend de achteruitgang van een beschaving moet zijn voordat men van ondergang kan spreken.

Hij heeft vooral het wedervaren van een viertal beschavingen onderzocht : de ecocide (ecologische zelfmoord) van Paaseiland en de respectievelijke ondergang van de Anasazi, de Maya's en Viking-Groenland. Verderop analyseert Diamond ook wel recentere gebeurtenissen zoals de volkerenmoord in Rwanda en de grote milieuproblematiek in China.


Zijn studie maakt komaf met een populaire mythe dat uitsluitend onze generatie leefmilieuproblemen zou veroorzaken.  Ook onze verre voorouders schonken te weinig aandacht aan het natuurlijk evenwicht. Niet alleen milieuvernietiging lag aan de basis van de ineenstorting van een cultuur. Andere elementen speelden eveneens een rol.


Vijf ondergangsfactoren 
Als eclectisch onderzoeker onderscheidt Diamond 5 interfererende en complementaire factoren die telkens weer opdoemen bij de ondergang van samenlevingen :
  • Ecologische schade : de onhoudbare exploitatie van hulpbronnen. Overbevissing, ontbossing en bodemproblemen waren verantwoordelijk voor afnemende voedselopbrengsten.
  • Klimaatveranderingen hadden een invloed op oogsten en de hoeveelheid beschikbaar water.
  • Vijandige buren. Dit wordt vaak aangehaald als de voornaamste reden voor de neergang van een rijk, maar de echte oorzaak lag vaak elders. Honger door milieuschade leidde bijvoorbeeld tot het verzwakken van het eigen leger en een uitnodiging tot invasie.
  • Het verlies van handelspartners wat een plots tekort aan voedsel of andere goederen kon veroorzaken.
  • De wijze waarop er gereageerd werd op milieuproblemen. Echt doorslaggevend was hoe een groep omging met ecologische uitdagingen. Het oplossen of negeren van het duurzaamheidsprobleem was beslissend. Dat dit zo was in het verleden, vormt een krachtig bewijs dat het vandaag net zo is.  

Twaalf milieuproblemen
De grootste milieuproblemen van vroeger en vandaag vallen volgens Diamond uiteen in 12 categorieën :
  • De teloorgang van hulpbronnen zoals natuurlijke habitats en voedselbronnen. Ontbossing was een belangrijke factor bij de ondergang van vroegere samenlevingen.
  • Overbevissing en overbejaging.
  • Het verlies aan biodiversiteit (het verdwijnen van planten, dieren en genetische diversiteit).
  • Bodemdegradatie (erosie, verzilting en verlies aan bodemvruchtbaarheid).
  • Energieproblemen. De exploitatie of verwerking van fossiele brandstoffen wordt moeilijker en kost steeds meer (dieper in de grond en meer vervuiling).
  • Waterbeheerproblematiek. Ondergrondse waterlagen worden niet snel genoeg aangevuld. Gebrek aan zoet (drinkbaar) water. Terwijl de ontzilting van oceaanwater geld en energie kost.
  • De mensheid consumeert in sneltempo de volledige fotosynthesecapaciteit van de planeet.
  • De verspreiding van giftige chemische stoffen. Niet alleen heeft dit ernstige gevolgen voor lucht, bodem, water en mens - vele van deze stoffen zijn slechts langzaam - of niet afbreekbaar.
  • De ondermijning of vernietiging van inheemse flora en fauna door de introductie van uitheemse diersoorten en planten.
  • Het door de mens veroorzaakte vrijkomen van gassen in de atmosfeer tast de ozonlaag aan en zorgt voor opwarming (gevolgen : het smelten van ijskappen en stijging van de zeespiegel, overstromingen en veranderingen in oceaanstromingen).
  • Gevaar van overbevolking. Steeds meer mensen betekent meer nood aan voedsel, ruimte, water, energie enz.
  • De ecologische voetstap van de mens is te groot. Er is een toenemende druk op de leefomgeving per hoofd van de bevolking. 
Deze 12 vraagstukken zijn onderling verbonden. Het ene probleem verergert het andere of bemoeilijkt een oplossing. Een toenemende bevolking bevordert de ontbossing, produceert meer giftige chemie, neemt meer ruimte in beslag, consumeert meer vis en veroorzaakt meer vervuiling en afval. Diamond vat het aldus samen: "Onze wereldgemeenschap bevindt zich op het ogenblik in een niet-duurzame situatie, en de 12 problemen die daarmee te maken hebben... zouden elk op zich al voldoende zijn om onze levensstandaard in de komende decennia ernstig te verlagen. Het lijken tijdbommen met een lont van minder dan 50 jaar."


Productieve basis aangetast
Ecologische economen hebben bepaald wat de productieve basis van een economie inhoudt. Ze onderscheiden vijf essentiële bestanddelen :
  • Financieel vermogen, kapitaalbezit.
  • De waarde van geproduceerde activa : gebouwen, machinepark, wegeninfrastructuur.
  • Menselijk kapitaal : kennis, vaardigheden, bevolkingsstructuur, arbeidsproductiviteit.
  • Instellingen : regering, de burgerlijke samenleving, de wetgeving.
  • Natuurlijk kapitaal : ecosystemen, mineralen, fossiele brandstoffen.
Een economie die haar productieve basis aantast om haar huidige productie te verhogen, kan dat niet tot in het oneindige blijven doen. De niet-duurzame consumptie van vooral de westerse wereld maakt dat onze huidige levensstijl onhoudbaar is. Want wat is de ultieme basis van menselijk leven ? Gezonde lucht, zuiver water en een vruchtbare bodem. De planten-, dier-, insect-, vissoorten en alle andere milieudiversiteit voeren essentiële taken uit, zoals het produceren van zuurstof, het reinigen van water en het bestuiven van planten. De mensheid heeft dus de natuur heel hard nodig om zelf te kunnen overleven.

Vandaag wordt het ecosysteem van de aarde ernstig bedreigd inzake klimaat, biodiversiteit, gezondheid van de oceanen, overbevissing, ontbossing en de huishouding van water, stikstof en koolstof. Vandaar het grote belang om vooral ons natuurlijk kapitaal in goede staat te houden voor nu en later, voor komende generaties.


Milieuaantasting kost zowel op korte - als op lange termijn veel geld : de bestrijding van agrarische - als niet-agrarische plagen, de kostprijs van tijdverlies in files, de financiële kost van ziekte en dood als gevolg van gifstoffen, de kosten om de gevolgen van schadelijke stoffen op te ruimen, de gestegen visprijs door het uitsterven van vispopulaties en het verlies of verdwijnen van door erosie of verzilting aangetast landbouwland.

De capaciteit van natuurlijke systemen om vervuiling, afval en allerhande verstoringen te absorberen is niet ongelimiteerd. Als het opnamevermogen een limiet bereikt, kunnen natuurlijke systemen mogelijk onproductief worden. 

Het Westen kan haar huidige welvaart alleen behouden door in te teren op haar milieukapitaal. Professor Georgina Mace van het University College in Londen schat de totale waarde van de door de natuur geleverde goederen en diensten op zo'n 125 à 145 biljoen dollar per jaar. De economische prestatie van de wereldeconomie zou er minder goed uitzien als de aantasting van dat globale biofysieke kapitaal in rekening zou worden gebracht.  

Gevolgen globalisering
Het is een feit dat de milieuproblemen vooral de arme landen treffen, met name landen die snel industrialiseren zoals China en India. De Derde Wereld kampt met te veel ontbossing, watertekort, bodemdegradatie en bevolkingsdruk. Diamond stelt vast dat de globalisering er echter ook voor zorgt dat de rijke landen te maken krijgen met de milieu- en overbevolkingsproblemen van die landen. De eerstewereldlanden confronteren de ontwikkelingslanden met afval, giftige chemische stoffen, ontbossing en overbevissing. Omgekeerd sturen derdewereldlanden onbewust of onbedoeld allerlei virussen en ziekten naar de westerse wereld. Bovendien moeten inwoners van eerstewereldlanden ook afrekenen met verontreinigd voedsel, slechte luchtkwaliteit en toxische chemische stoffen. Wat mogelijk bijdraagt aan vruchtbaarheidsproblemen, waarbij westerlingen in toenemende mate beroep moeten doen op medische hulp om kinderen te krijgen.

Daarbij komt dat vooral Europa de laatste jaren overspoeld wordt met een nauwelijks te stuiten vluchtelingenstroom uit chaotische en kansarme derdewereldlanden. Het feit dat Europa slechts 10% van de wereldbevolking uitmaakt maar wel 28% van de globale rijkdom bezit en naar schatting goed is voor 50% van alle wereldwijde sociale uitgaven, speelt in dit migratieproces allicht een belangrijke rol.

Vandaag zijn culturen zo sterk onderling verbonden dat het risico op een wereldwijde ineenstorting niet langer mag worden uitgesloten. In die zin was de financiële crisis van 2008, die een wereldomvattende impact had, een ernstige wake-up call. We zijn inderdaad allemaal zodanig afhankelijk van elkaar geworden, dat een probleem op een plek elders ernstige effecten sorteert.

Het grootste gevaar dat ons bedreigt volgens Diamond is een toename van de ecologische voetafdruk, als de bevolking van de Derde Wereld erin zou slagen om de levensstandaard van de westerse wereld te benaderen. Niemand bij de Verenigde Naties of in westerse regeringen is bereid om te erkennen dat de wereld dit scenario niet aankan. En dat een dergelijk ideaal onmogelijk kan worden verwezenlijkt. De Derde Wereldbevolking wil, net als in de welvarende landen, kunnen beschikken over een comfortabele woning met elektrische toepassingen en de mogelijkheid om op een autonome manier te reizen. Indien dit grote gedeelte van de wereldbevolking dergelijke voordelen zou verwerven, zullen de milieukosten op onze planeet exponentieel toenemen.

Waar het om gaat is : hoe lang kunnen wij, inwoners van rijke westerse landen, onze huidige bevoorrechte levensstijl nog volhouden ? Diamond waarschuwt : "Als we geen serieuze poging doen om de problemen op te lossen en als we daar niet in slagen, zal de wereld als geheel binnen de komende paar decennia te maken krijgen met een dalende levensstandaard of erger." 

De rol van de mens
Complexe culturen komen o.a. aan hun einde door het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. Maar wat is dan de rol van de mens hierin ? Wat is het aandeel van de beslissingsnemers ? Waarom worden er soms beslissingen getroffen met rampzalige gevolgen ? De auteur wijt dit aan het falen van gezamenlijke besluitvorming, wat uiteraard samenhangt met nefaste individuele beslissingen. 

Jared Diamond ziet 4 factoren die een rol spelen bij mislukte groepsbeslissingen : groepen zien een probleem niet aankomen (het droogteprobleem van de 3e eeuw bij de Maya's werd in de 9e eeuw niet herinnerd), het te laat reageren op een graduele verslechtering van een bepaalde trend ('Wat zei de bewoner van Paaseiland op het moment dat hij de laatste palmboom kapte ?'), belangenconflicten (de strijd om geld en macht door de leidende groepen loopt als een rode draad doorheen de hele geschiedenis) en irrationeel gedrag (een groot deel van de ontbossing op Paaseiland vond plaats vanuit een religieus motief). 

Doorslaggevend
Diamond heeft vastgesteld dat twee soorten keuzes doorslaggevend zijn gebleken voor het slagen of falen van samenlevingen uit het verleden : langetermijnplanning en de bereidheid om kernwaarden te heroverwegen. 

Langetermijnplanning kan worden beschouwd als het opmaken van een vooruitziend plan op een moment dat een probleem opduikt dat nog beheersbaar is. Deze wijze van besluitvorming is het tegenovergestelde van het kortetermijnbeleid dat vandaag al te vaak door politici wordt gehanteerd. Het denken van politieke beleidsmakers wordt al te vaak beïnvloed door hun wens om te worden herverkozen. Daarom neigen zij ertoe om maatregelen te treffen die hun kiezers gunstig stemmen maar waarbij langetermijnbehoeften voor de gemeenschap uit het oog worden verloren. Zo is er in de meeste westerse landen geen spaarpot aangelegd om de groeiende vergrijzingskosten van hun bevolkingen (pensioenen en gezondheidszorg) op te vangen. Het gevolg daarvan is dat regeringen (en dus hun burgers) tegen enorme toekomstige en niet-voorziene schuldverplichtingen aankijken. 

De vraag die volgens Diamond doorslaggevend is voor succes of mislukking als samenleving is : welke gekoesterde waarden moeten worden opgegeven en vervangen door nieuwe maatstaven als er andere tijden aanbreken ? Een voorbeeld hiervan was de keuze van de Chinese regering om tussen 1979 en 2015 te opteren voor een eenkindpolitiek ter preventie van een catastrofale bevolkingsgroei. 


Vandaag staan we collectief voor de uitdaging om de kernwaarden van onze samenleving te herbekijken. Diamond hierover : "Want we staan voor een fundamentele heroverweging : hoeveel van onze traditionele consumentenwaarden en levensstandaard kunnen we ons blijven permitteren? Onze ecologische voetstap moet verminderen. Het alternatief, het handhaven van onze huidige invloed, kan helemaal niet. In die zin is een cultuur die minder druk op onze hulpbronnen uitoefent het meest optimale scenario voor onze toekomst."


Technologie geen oplossing
Vele analisten zijn van mening dat nieuwe technologieën onze problemen zullen oplossen. Vanuit zijn ervaring stelt Diamond vast dat sommige innovaties succesvol waren in het oplossen van problemen, andere echter niet. Bovendien vergt de grootschalige toepassing dikwijls enkele tientallen jaren (elektrisch licht, auto's en vliegtuigen, televisie, het gebruik van computers enz.). 

Nieuwe technieken scheppen ook onvoorziene nieuwe problemen of negatieve bijverschijnselen.
Het bouwen van kerncentrales was een goede manier om een groter deel van de bevolking van elektriciteit te voorzien, maar nog afgezien van het kernafvalvraagstuk, hebben de nucleaire rampen van Tsjernobyl en Fukushima ons ook geconfronteerd met de ernstige gevaren van kernenergie. Auto's werden ontworpen om de nadelen van paardenkoetsen en -trams (excrementen, te veel geluid, niet snel...) te omzeilen. Maar vandaag veroorzaakt het gebruik van auto's lawaai, schadelijk fijn stof en fileleed. Bovendien leert de geschiedenis dat het veel eenvoudiger is problemen te voorkomen dan ze naderhand met dure technologie te moeten oplossen.

Diamond : "Al onze huidige milieuproblemen kunnen worden beschouwd als onvoorziene schadelijke gevolgen van onze bestaande technologie. Er bestaat geen fundamenteel argument om te geloven dat technologie op miraculeuze wijze zal stoppen met het veroorzaken van nieuwe en onverwachte problemen. Zeker als men vaststelt dat technologie doende is problemen op te lossen die initieel door haarzelf werden gecreëerd."

We beschikken tegenwoordig ongetwijfeld over meer kennis en deskundigheid dan de antieke culturen. Het verschil zit 'm in het feit dat we vandaag met problemen op wereldschaal kampen. De wereldbevolking bedraagt vandaag 7,6 miljard zielen, wat heel wat meer is dan bijvoorbeeld in de Romeinse periode. En er is beduidend meer destructieve technologie ontwikkeld dan in vroegere tijden. 

Brief aan de mensheid 
Jared Diamond is niet bepaald de enige die al jarenlang waarschuwt voor een ecologische catastrofe. In 1992 werd de boodschap van 1700 onafhankelijke wetenschappers genegeerd dat er reëel gevaar dreigde voor de gezondheid en het welzijn van de mens. Vijfentwintig jaar laten lanceren 15.364 wetenschappelijke ondertekenaars uit 184 landen een nieuwe, zeer dringende oproep.

In het artikel "World scientists' warning to humanity : a second notice" verschenen in het online vakblad 'Bioscience' poneren zij dat veel van de trends sinds 1992 inmiddels nog verslechterd zijn. Hun research toont aan dat, vergeleken met 25 jaar geleden :
  • Er 26% minder drinkwater beschikbaar is per persoon;
  • Zuurstofarme zones in de oceanen met 75% zijn toegenomen;
  • Het aantal zoogdieren, reptielen, amfibieën, vogels en vissen collectief met 29% is teruggelopen;
  • De kooldioxide-uitstoot met 62% is gestegen;
  • De wereldbevolking met 35% is toegenomen.
De onderzoekers waarschuwen : "We zetten onze toekomst op het spel omdat we onze buitensporige consumptie van ongelijk verdeelde bronnen niet beteugelen en de snelle bevolkingsgroei niet erkennen als oorzaak van ecologische en maatschappelijke bedreigingen."  
en
"Het zal weldra te laat zijn om ons falende traject te verlaten en de tijd dringt. We moeten - in ons dagelijkse leven, maar ook op overheidsniveau - erkennen dat de aarde - met al het leven dat erop te vinden is - onze thuis is."

Optimisme 
Wat moeten we dan doen ? We dienen ons olie- en energieverbruik te verminderen, en meer van onze energie moet uit hernieuwbare bronnen komen. We moeten ons waterverbruik en onze productie van broeikasgassen en het broeikaseffect verminderen. De overbevissing moet worden afgebouwd en visserij, bossen en landbouwgrond dienen op duurzame wijze te worden beheerd.

In een interview daterend van april 2014 zegt Diamond dat hij toch 'voorzichtig optimistisch' is over de toekomst van de mensheid : "Mijn inschatting voor de kans dat we onze problemen onder de knie zullen krijgen en een gelukkige toekomst zullen hebben, bedraagt 51 procent. En de kans op een slechte afloop is niet meer dan 49 procent."


Welke positieve ontwikkelingen vertonen zich dan ? Dankzij het onverdroten werk van vooral milieugroeperingen - en dit sedert vele jaren - is er een zeker milieubewustzijn ontstaan bij zowel overheden, bedrijven als gezinnen. Met alle bijhorende onvolkomenheden worden er ook op het hoogste beleidsniveau grootscheepse initiatieven ondernomen zoals klimaatconferenties. De westerse wereld evolueert langzaam - met ups en downs - van een op fossiele brandstoffen gebaseerd energiemodel naar een grotere toepassing van groene energie. Het groeiende succes van bijvoorbeeld de elektrische auto bewijst dit. Lichtpunten zijn ook de vertragende ontbossing en de aandacht die eindelijk besteed wordt aan onze zieke oceanen.


Ook op landenniveau beweegt er een en ander. De denktank 'Global Footprint Network' heeft vastgesteld dat de ecologische voetafdruk van de Verenigde Staten tussen 2005 (piekniveau) en 2013 met praktisch 20% is gezakt. China pakt haar grote vervuilingsproblematiek aan en implementeert op grote schaal projecten rond hernieuwbare energie.



&&&

Uit het uitgebreide onderzoek van Jared Diamond blijkt dat de ineenstorting van een beschaving zich op korte tijd kan voltrekken :"Een van de voornaamste lessen die we moeten trekken uit de ondergang van de Maya's, de Anasazi, de bewoners van Paaseiland en al die andere culturen uit het verleden (en ook de ondergang van de Sovjet-Unie) is dat de ondergang van een cultuur plotseling een of twee decennia nadat ze een maximale bevolkingsomvang, welvaart en macht heeft bereikt, kan beginnen. De reden is eenvoudig: een maximale bevolking, welvaart, consumptie van hulpbronnen en afvalproductie betekenen een maximale invloed op het milieu, totdat de grens nadert waarbij die invloed groter is dan de hulpbronnen aankunnen. Bij nader inzien is het niet vreemd dat culturen meestal kort nadat ze hun hoogtepunt hebben bereikt ten onder gaan."

Zoals eerder aangehaald hebben we de meest geïnterconnecteerde samenleving uit de wereldgeschiedenis gecreëerd. Nog nooit tevoren circuleerden er zoveel, mensen, goederen, diensten, kapitaal en informatie over de aardbol. 

De vreselijke gevolgen van een mogelijke ecologische meltdown en onze grote onderlinge afhankelijkheid dwingt ons om een ongeëvenaarde empathie, solidariteit en engagement aan de dag te leggen om voor onszelf en de komende generaties een duurzame toekomst te verzekeren.





























zaterdag 29 april 2017

Wetenschappelijk model voorspelt sociale instabiliteit vanaf 2020

Complexe samenlevingen zoals de onze zijn fragieler dan men denkt. Ze worden samen gehouden door een onzichtbaar web van wederzijds vertrouwen en sociale coöperatie. De geschiedenis leert ons dat dit web gemakkelijk kan uiteenrafelen en resulteren in een golf van politieke chaos, intern conflict en, in meerdere gevallen, totale ineenstorting. De Amerikaanse hoogleraar Peter Turchin voorspelt dat in de Verenigde Staten en in Europa het volgende decennium waarschijnlijk een periode van groeiende instabiliteit zal optreden.

Peter Turchin (1957) is werkzaam als professor biologie en antropologie aan de universiteit van Connecticut. Hij is gespecialiseerd in het analyseren van de oorzaken van de opkomst en val van imperia en landen. Naast 200 wetenschappelijke artikels in vooraanstaande publicaties heeft hij ook een zevental boeken geschreven. Belangrijke werken zijn "Historical dynamics : why states rise and fall" uit 2003 en "Secular Cycles" uit 2009 (dit laatste samen met Sergey Nefedov, een wetenschapper verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis en Archeologie van de Russische Academie voor Wetenschappen).

Oorzaken ondergang
In 'Secular Cycles' (wereldcycli) hebben Turchin en Nefedov acht ineenstortingen bestudeerd van o.a. het antieke Rome maar ook van landbouwsamenlevingen in Engeland, Frankrijk en Rusland in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. 
Eeuwenlange tijden van bevolkingsgroei gaan vooraf aan lange periodes van bevolkingsstagnatie en -terugval. Economieën beleven sterke expansiefases gevolgd door overheidsfalen, sociopolitieke instabiliteit en territoriumverlies. Turchin en Nefedov benoemen de dynamiek en oorzakelijke verbanden tussen demografische -, economische - en politieke variabelen als 'secular cycles' - langetermijnschommelingen.



Uit hun onderzoek blijkt dat dit de belangrijkste terugkerende oorzaken zijn die telkens leiden tot de ondergang van een agrarische samenleving :

  • De productieve capaciteit van de beschikbare landbouwgrond wordt overschreden. Overbevolking blijkt een sleutelrol te spelen in de opgang en val van beschavingen.
  • Piekprijzen voor voedsel en energie werken loon- en vermogensongelijkheid in de hand.
  • De toenemende druk voor regeringen om problemen op te lossen. Voorbeelden : het voeren van een oorlog om meer land te verkrijgen, het bouwen van irrigatiesystemen zodanig dat meer voedsel kan worden geproduceerd.. Teneinde die ingrepen te bekostigen, was het echter noodzakelijk om de belastingen te verhogen. Het bleek dat die hogere kost door reeds verarmde burgers steeds moeilijker kon worden opgebracht.
  • Stijgende schuldenlast. Steeds meer mensen gaan schulden aan omdat ze niet langer in hun basisbehoeften kunnen voorzien.
  • Het toenemend aantal edelen en steeds omvangrijkere staatsinstellingen. De elite werd rijker omdat de overbevolking hen goedkope arbeidskrachten opleverde én in de gelegenheid stelde om veel rente aan te rekenen. Gevolg : grotere loon- en vermogensongelijkheid.
Hoge welvaartsongelijkheid is ongunstig voor samenwerking en de bereidheid tot het sluiten van compromissen. Afkalvende samenwerking leidt tot onenigheid en politieke haarkloverij. Economische onrechtvaardigheid leidt tot sociale veranderingen. In de visie van Turchin is ongelijkheid een symptoom, maar niet de grondoorzaak van politieke instabiliteit. Het diepe, meer fundamentele proces dat tegelijk ongelijkheid en instabiliteit aanstuurt, is volgens hem 'intra-elite competitie' als gevolg van 'elite-overproductie'. 

'Overproductie' van de elite
Volgens Turchins onderzoek is het fenomeen 'elite-overproductie' de belangrijkste aandrijver van sociale instabiliteit en politiek geweld. Een factor die volgens hem te weinig wordt onderkend. Elites vormen een beperkt gedeelte van de bevolking (in de orde van 1%) en het zijn vooral zij die sociale macht uitoefenen. We kunnen hierbij denken aan verkozen politici, topambtenaren, bankiers en de eigenaren en managers van grote bedrijven. De politieke machtsstrijd binnen de elite is volgens Turchin een van de belangrijkste indicatoren om maatschappelijke chaos (burgeroorlog, revolutie of overheidsfalen) en het einde van wereldrijken te verklaren.
Zo is de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861 tot 1865 ontstaan omwille van de groeiende animositeit tussen de politiek dominante Zuiderse elites en de veel welvarender geworden maar politiek onmondige Noordelijke elites.

Er bestaan twee belangrijke 'recruteringskanalen' voor aspiranten die tot de elite willen toetreden : rijkdom en opleiding. Het aantal vermogenden in de Verenigde Staten is de laatste jaren beduidend gestegen. De spreekwoordelijke 1% wordt 2%. Zo zijn er vandaag vijfmaal zoveel huishoudens met een vermogen van 10 miljoen dollar en meer (op basis van dollars van 1995), vergeleken met 1980. Rijke Amerikanen zijn politiek actiever dan de rest van de bevolking. Sommige van deze vermogenden financieren kandidaten, anderen stellen zichzelf kandidaat voor een functie in de politiek.

Volgens Turchin is in het verleden een 'teveel' aan jonge mensen met hoge opleiding een van de belangrijkste oorzaken geweest van instabiliteit. Om een grote politieke carrière te maken heeft men veelal een juridisch diploma nodig. Om in de ondernemingswereld hoog te scoren, komt een Master of Business Administration (MBA) goed van pas. Volgens de American Bar Association verdrievoudigde de laatste 40 jaar het aantal advocaten van 400.000 tot 1,2 miljoen. In diezelfde periode groeide het aantal uitgereikte MBA-diploma's zelfs zesvoudig.

Het gevolg is dat er een grote klasse van goed opgeleide en competente kandidaat-leden van de elite ontstaan is die geen toegang kunnen krijgen tot topfuncties. Zo zijn er in de Verenigde Staten slechts 435 volksvertegenwoordigers, 100 senatoren en een enkele president. Het meer ambitieuze deel van de gefrustreerde elite-kandidaten (er studeren veel meer rechtsstudenten af dan voorheen; bovendien kampen velen onder hen met belangrijke schulden) evolueert naar een soort 'tegenelite'. En zal mogelijk een vruchtbare grond vormen voor radicale groepen en revolutionaire bewegingen.

Een zichtbaar signaal van de toenemende concurrentie binnen de elite en de daaruit volgende polarisatie is de versplintering van politieke partijen. Zo is de Republikeinse Partij bezig op te splitsen in drie fracties : traditionele Republikeinen, Tea Party-Republikeinen en Trump-populisten. Ook in Europa ontwikkelt zich een politiek landschap dat meer en meer gefragmenteerd raakt.

Cliodynamica
Peter Turchin is een van de grondleggers van de cliodynamica, een nieuwe wetenschappelijke discipline. In de Griekse mythologie is Clio de muze van de geschiedschrijving terwijl de dynamica nagaat hoe fenomenen veranderen als daar bepaalde krachten op worden losgelaten. Cliodynamica is een multidisciplinair onderzoeksgebied waarbij omvangrijke databanken met historische - en archeologische informatie geanalyseerd worden. Dynamische processen zoals de opkomst en val van imperia, demografische groei en verval, de verspreiding of verdwijning van religies evenals het ontstaan van burgeroorlogen worden beter in kaart gebracht en verklaard.
Het doel van cliodynamica is om geschiedenis een wetenschappelijke basis te verschaffen en te doen uitgroeien tot een volwaardige sociale wetenschap.

Het door Turchin ontwikkelde model, dat ontworpen is om gefundeerde toekomstvoorspellingen te formuleren, bevat alles samen een veertigtal factoren van sociale - , politieke - , economische - en demografische aard. Zijn model toont aan dat er in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een keerpunt werd bereikt en dat de algemene maatschappelijke situatie vanaf dan is beginnen verslechteren. In die periode begonnen de lonen van werknemers achterop te lopen in vergelijking met hun productiviteit, nam de vermogensongelijkheid toe, stagneerde het algemene welzijn, groeide de politieke versnippering en ontwikkelden er zich steeds meer disfuncties binnen de overheidsinstellingen.

Het is opmerkelijk dat zijn model aantoont, dat zowel in de Verenigde Staten als in Europa, de sociale instabiliteit en het politiek geweld in de jaren 2020 zullen pieken. 


Ter gelegenheid van de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft Turchin, net als vele andere waarnemers, een ongeëvenaarde afbraak van sociale normen vastgesteld. Hij verzekert ons dat hij er niét van uitgaat dat het toepassen van een wetenschappelijke methode de geschiedenis precies zo voorspelbaar zal maken als bijvoorbeeld de fysica. Er spelen een hoop elementen een rol die onmogelijk in te schatten of te berekenen zijn : de daden van individuen, invasies van legers, klimaatverandering, epidemieën, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tsunami's enz.

***

De geschiedenis leert ook dat samenlevingen er soms in slagen om een catastrofe af te wenden. Turchin is er tot en met van overtuigd dat de mensheid op ramkoers zit. Hij is echter geen onheilsprofeet en denkt ook na over nieuw te bewandelen wegen

"Wat we nodig hebben is een apolitiek(e), uitdrukkelijk onpartijdig(e) centrum/instelling/denktank die een beter wetenschappelijk begrip zou moeten ontwikkelen en verfijnen over hoe we in de huidige impasse zijn terechtgekomen; om dan die kennis te vertalen naar een beleid dat ons uit de crisis haalt.
Onze samenleving bevindt zich, zoals vorige complexe samenlevingen, op een roetsjbaan. Allerlei onpersoonlijke sociale krachten voeren ons naar een hoogtepunt; waarna onvermijdelijk een neergang volgt. Maar die val is niet onafwendbaar. We kunnen de eerste menselijke samenleving worden, die zelfs tot op zekere hoogte inzicht kan verkrijgen hoe die krachten functioneren. In dat geval zouden we het ergste kunnen vermijden - ofwel door over te schakelen naar een minder gevaarlijk traject - ofwel door onze roetsjbaan meteen helemaal opnieuw te ontwerpen."
























donderdag 16 februari 2017

Vergeten lessen van de wereldgeschiedenis

Beleidsmakers stellen het graag zo voor dat onze economie altijd zal blijven groeien en dat "alles wel goed komt". Verschillende wetenschappers hebben echter aangetoond dat er in het verleden meerdere economieën en samenlevingen, na een periode van opgang en bloei, toch ten onder zijn gegaan.

Oswald Spengler (1880 - 1936) was een Duits cultuurhistoricus, filosoof en auteur. Spengler is beroemd geworden omwille van zijn boek "Der Untergang des Abendlandes" (de ondergang van het avondland) waarvan het eerste volume uitkwam in 1917 en een gecorrigeerde versie in 1922. Deze uitgebreide studie werd meteen een succes, ook buiten Duitsland. In die tijd werden er maar liefst meer dan 100.000 exemplaren van verkocht.

Spengler analyseerde in detail acht wereldbeschavingen : de Babylonische, Egyptische, Chinese, Hindoeïstische, Indiaans-Mexicaanse, Grieks-Romeinse, Joods-Arabisch-Byzantijnse en de actuele westerse beschaving. In zijn opvatting vangt er een nieuwe cultuur aan op het moment dat een paar visionaire lieden in een vastgelopen en leeggebloedde samenleving een nieuw perspectief ontwikkelen. Geleidelijk aan transformeert deze groeiende vernieuwingsbeweging alle geledingen van de maatschappij : de politieke en sociale structuren, het zakenleven en de handel, techniek en technologie, het onderwijs, de religieuze overtuigingen, de artistieke expressie en de architectuur.

Dit steeds weer terugkerende verloop neemt zo'n 1000 à 1200 jaar in beslag. Evenwel blijkt dat gedurende de laatste 200 à 300 jaar alle beschavingen vastlopen en verstarren. De innovatieve fase is over haar hoogtepunt, het platteland loopt leeg en er ontstaan megasteden. Onophoudelijke oorlogen monden uit in een bestuursapparaat op wereldschaal.

Vanuit zijn onderzoek, studerend en schrijvend in de jaren 1910-1915, meende Oswald Spengler dat de huidige westerse cultuur in deze laatste fase van verval was aanbeland. Concreet voorspelde hij dat het westerse beschavingssysteem zo'n een à twee eeuwen verwijderd was van haar ondergang, wat hij evenwel niet zag als een mogelijke vernietiging.

In zijn visie maken alle culturen een analoge evolutie door die overeenstemt met de vijfvoudige levenscyclus van een mens : namelijk van geboorte, jeugd, volwassenheid, ouderdom en dood. Spengler beschreef een specifiek ontwikkelingspatroon dat alle acht grote menselijke beschavingsperiodes hebben doorlopen. Hij hield staande dat een goed geschoolde historicus, door gebruik te maken van dit patroon als blauwdruk, in staat moest worden geacht om cruciale cultuurveranderingen aan te kondigen.

Spengler geloofde helemaal niet in het gangbare concept van onbeperkte, maakbare vooruitgang. Zijn cyclische benadering van de mensheidsontwikkeling staat ook haaks op het christelijke geloof in een lineaire tijdlijn van openbaring naar laatste oordeel.

Zijn magnum opus, dat een belangrijke grondslag vormt werd voor de theorie van de sociale cycli, oogstte zowel kritiek als bijval. Zijn inzichten en voorspellingen blijven tot op de dag van vandaag controversieel. Critici wezen zijn aanpak af als onverenigbaar met de conventionele interpretatie van de mensheidsgeschiedenis. Spengler wordt door hen dan ook beschouwd als een cultuurpessimist. Verdedigers van zijn ideeën herinnerden evenwel aan de bijbeltekst uit Prediker 1:9-10 : "...er is niets onder de zon. Is er iets, waarvan men zegt: ziehier, dat is nieuw - het was er al in verre tijden, die vóór ons waren."



En zo zijn er ook hedendaagse analisten die hebben vastgesteld dat het genoemde vijfvoudige proces van geboorte tot dood niet alleen geldig is voor mens, plant en dier maar eveneens voor wereldrijken.
Een van die onderzoekers is David Engels (1979), een Belgisch historicus en professor aan de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel. Hij heeft zich voornamelijk gespecialiseerd in de Romeinse geschiedenis. In zijn publicatie "Le Déclin. La crise de l'Union européenne et la chute de la République romaine. Quelques analogies." uit 2013 bespreekt hij de val van de Romeinse Republiek in de 1e eeuw voor Christus (dus niét de ondergang van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw na Christus). 

Engels gaat dus, net als Spengler, uit van een cyclisch wereldbeeld en toont ons dat in de 1e eeuw voor Christus de Romeinse Republiek geconfronteerd werd met structurele en met elkaar verbonden crisissen : politiek, economisch en cultureel.

Net zoals ten tijde van het einde van de Romeinse Republiek hebben we vandaag te maken met terrorisme, radicalisme en godsdienstig fundamentalisme. De gelijkenissen van toen en nu zijn frappant : demografische terugval en veroudering van de bevolking, immigratie, uitholling van religieuze instellingen, uiteenvallen van families, grote werkloosheid, onverantwoorde staatsuitgaven, desindustrialisatie, hoge sociale kosten, delocalisatie enz.

Ons maatschappelijk systeem verkeert in crisis en zonder ommekeer stevenen we collectief af op een muur. Zijn research leert hem dat we een gevaarlijke toename van politieke instabiliteit kunnen verwachten alsmede een spiraal van armoede, onvrede, radicalisering en een verdere opmars van 'law and order'.

Engels meent dat de oprichting van een imperium de laatste manier is om een cultuurbeschaving te beschermen. Iedere cultuur doorloopt klaarblijkelijk fases van steeds groter wordende samenlevingsverbanden : in het begin is er de familie, dan het dorp, de stad, dan volgt de regio, de natie en uiteindelijk de evolutie naar een imperium, meteen ook het eindstadium. Daarom beschouwt hij de eenmaking van Europa als typisch verschijnsel voor het einde van een beschavingsperiode.

In het verleden hebben we, aan het einde van iedere ontwikkeling, de opkomst gezien van een universeel staatsmodel. Voorbeelden zijn het Chinese Han imperium, het kalifaat van de Abbasiden en dat van de Fatimiden, het nieuwe Egyptische Rijk, Indië onder de Gupta's, de dynastie van de Sassaniden en, in het westen, de Europese Unie. Deze nieuwe eenheden hebben zich enkele decennia of zelfs enkele eeuwen kunnen handhaven. Maar ook aan hun bestaan kwam - komt ? - vroeg of laat een einde.

Vanuit zijn onderzoek vreest Engels dat de Europese Unie ook het lot zal ondergaan van alle andere grote universele rijken. En dat we zullen geconfronteerd worden met een periode van troebelen en burgerconflicten die onze samenleving grondig zullen veranderen. Met als eindstation de installatie van een nieuw autoritair staatsbestel, te vergelijken met het Augustusprincipaat. Daarmee is de kans groot en het gevaar reëel dat het voortschrijdende emancipatieproces van het individu wordt teruggeschroefd.

Van de Spaans-Amerikaanse auteur en filosoof George Santayana komt de bekende uitspraak : "Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen". Ook David Engels pleit ervoor om de lessen van de geschiedenis te respecteren én ons bewust te worden van de vrijheidslimieten die de dynamiek van de mensheidsontwikkeling ons lijkt op te leggen.


Als je dit een interessant artikel vond, deel het dan even via bvb. de sociale media. Hartelijk dank !


zaterdag 28 januari 2017

"Het verbaast me dat slechts enkelen vatten dat er een grote maatschappelijke verschuiving aankomt"

Professor Jan Rotmans is hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en internationale autoriteit op het gebied van duurzaamheid en transitie. Hij noemt zichzelf ook scientivist en voerde met Stichting Urgenda de gewonnen klimaatzaak tegen de Nederlandse staat. Al dertig jaar verdiept hij zich in transitie en probeert de kanteling van de economie en samenleving te duiden : "Ik denk dat het nog een jaar of tien heel onrustig blijft en we dan naar een nieuw soort dynamisch evenwicht gaan."  

Rotmans ziet drie ontwikkelingen zich voltrekken : een nieuwe maatschappelijke ordening, een ander economisch fundament en een machtswisseling. En dat die ontwikkelingen tegelijkertijd plaatsvinden en elkaar versterken, maakt ze volgens hem de voorbode van een Nieuw Tijdperk dat ontstaat en groeit van onderop. Om de beweging van onderop tot een machtige beweging te laten uitgroeien, zo schrijft Rotmans in zijn boek 'Verandering van tijdperk : Nederland kantelt', is het onder andere nodig met elkaar nog meer kennis te delen.

Enerzijds ziet hij met de dag meer mensen denken : "zo kan het niet langer", anderzijds verbaast het de transitieprofessor dat nog maar zo weinigen zien dat de verworvenheden van het Industriële Tijdperk aan het eroderen zijn. Er zit volgens hem een soort logica achter die, als je hem doorgrondt, onweerlegbaar is.

Nieuwe maatschappelijke ordening
Ten eerste kantelt volgens Rotmans de samenleving van een verticaal geordende, centraal aangestuurde top-down samenleving naar een horizontale, decentrale, bottom-up samenleving met verbanden, zoals gemeenschappen, coöperaties en virtuele en fysieke netwerken. 

Oude orde                                                             Nieuwe orde
Traditionele media (televisie, radio)               Nieuwe media (internet)
Krantencolumns                                                  Blogs
Politieke partijen                                                 Bewegingen
Representatieve democratie                             G-1000 initiatief
Traditionele vakbond                                         Vereniging van freelancers
Grote energiebedrijven                                      Lokale energie-initiatieven
Commerciële banken                                          Financiële coöperaties
Verzekeringsbedrijven                                       Broodfondsnetwerken
Bouwbedrijven                                                    3D printer hubs
Thuiszorgorganisaties                                        Lokale zorginitiatieven

Deze nieuwe orde opereert voor veel mensen nog onder de radar en vormt nog geen directe bedreiging voor de oude orde. Maar binnen afzienbare tijd is dit wel het geval.

Een ander economisch fundament
De structuur van de economie kantelt en de nieuwe economie is decentraal en digitaal.

Oude economie                                                    Nieuwe economie
Exploitatie                                                             Coöperatie
Centraal                                                                 Decentraal
Aanbod                                                                   Vraag
Fossiel                                                                    Duurzaam
Vervuilend                                                             Schoon
Waarde ontlenen                                                 Waarde creëren
Massaproductie                                                    Maatwerk
Bezit                                                                        Gebruik
Globaal                                                                   Glokaal
Individuen                                                             Gemeenschap
Lineair                                                                    Circulair

Machtswisseling
De macht kantelt. Er tekent zich een machtswisseling af: de nieuwe orde van onderop vormt langzaam maar zeker een nieuwe macht. Macht wordt niet langer bepaald door grootte, omvang of financieel vermogen, maar evenzeer door het vermogen zich slim, snel en adequaat te organiseren en voortdurend in te springen op veranderingen.

Er vindt een verschuiving plaats van gevestigde en destructieve macht naar innovatieve en transformatieve macht. Macht is het vermogen om hulpbronnen te mobiliseren voor een bepaald doel : kennis en informatie zijn belangrijke voorbeelden van deze hulpbronnen, die ook materieel en financieel van aard kunnen zijn. Transformatieve macht is het vermogen om de verdeling van hulpbronnen te veranderen. 

Vandaag is de gevestigde macht nog superieur in termen van het beschermen van de bestaande hulpbronnen : kennis, geld, lobbykracht, fossiele brandstoffen, infrastructuur ... Maar hoe lang nog ?

Contra-intuïtief handelen in een chaotische tijd
In het algemeen houden mensen niet zo van verandering. Neuropsychologen bevestigen inderdaad dat het menselijk brein, van oudsher, vanuit de evolutionaire ontwikkeling, gericht is op stabiliteit en continuïteit. In de 19e eeuw was er ook een heilig vooruitgangsgeloof dat haaks stond op een heersend cultuurpessimisme. In een periode van extreme verandering ziet men steeds polarisatie optreden. Wat zich vandaag ook meer en meer vertoont.

De kantelperiode waarin we ons bevinden kenmerkt zich door chaos, turbulentie, onrust, massaontslagen, hoge werkloosheid, afbraak en toename van conflicten. Rotmans schrijft daarover :"De kans is groot dat een behoorlijke groep mensen niet meekan met de snelle ontwikkeling en dreigt af te haken."
Hoe lang duurt zo'n periode van chaos en instabiliteit? Rotmans :"Die kan niet te lang duren, omdat dat zo ontwrichtend is en ontzettend veel energie vraagt van mensen, systemen, de samenleving en de economie."

Maar in de crisistijd die we nu meemaken dienen we - wat zoals aangehaald niet gemakkelijk is - contra-intuïtief te gaan denken en handelen. "Ik denk zelf dat het nog een jaar of tien heel onrustig blijft en dat dan langzamerhand die nieuwe paradigma-oplossingen indalen en we naar een nieuw soort dynamisch evenwicht gaan." 

Systeemwaarden versus menswaarden
Bij de drievoudige kanteling van denken, organiseren en sturen hoort volgens de hoogleraar ook een zoektocht naar nieuwe waarden. De huidige gevestigde orde is gericht op oude systeemwaarden. De waarden van het nieuwe tijdperk zorgen voor een verschuiving van die systeemwaarden naar menswaarden :
  • Van controle naar ruimte
  • Van doelmatigheid naar aandacht en tijd
  • Van wantrouwen naar vertrouwen
  • Van regelzucht naar keuzevrijheid
  • Van kosten en baten naar kwaliteit
Onze overheidssystemen zoals gezondheidszorg, onderwijs, arbeidsvoorziening enz. zijn allemaal opgezet in de 19e eeuw en werden in de vorige eeuw tot op vandaag verder uitgebouwd. Heel lang heeft dit goed gefunctioneerd maar onze neiging tot overorganiseren en 'bureaucratiseren' heeft ertoe geleid dat we die gecreëerde complexiteit niet meer doorzien. Wat we ook hebben meegemaakt ten tijde van de financiële crisis in 2008. 

Verzet van de oude orde
Rotmans : "Er is altijd een gevestigde orde, wat wij een regime noemen, die er op gericht is om dat systeem in stand te houden, omdat ze er baat bij hebben qua status, positie, inkomen ... Zij verzetten zich tegen die machtsovername. Alleen kan dat nooit te lang doorgaan. Elke grote transitie impliceert een machtswisseling, dat kan niet anders. In deze kwetsbare kritische periode kun je met een slimme groep mensen een doorbraak creëren. 
Tegelijkertijd moet je ook beseffen dat het een harde strijd is, omdat het om macht gaat. Veel onderzoekers benaderen het bijna altijd kennistheoretisch, maar transities zijn niet alleen kennisgedreven. Oliebedrijven zullen letterlijk tot de laatste druppel hun belangen verdedigen."

Radicale innovatie en breed draagvlak zijn onverenigbaar
Niet alles is koek en ei in de nieuwe economie. Uber en Airbnb zijn een nieuwe manier om dingen heel efficiënt te maken, met weinig mensen werken en snel geld verdienen. Oude waarden blijven natuurlijk belangrijk en daarom moeten zakelijke initiatieven zoals Uber en Airbnb fatsoenlijk met mensen omgaan en hen op een behoorlijke manier vergoeden. Het is in eerste instantie een illusie gebleken dat het er in de nieuwe economie allemaal menselijker en rooskleuriger aan toe zou gaan. Dat heeft tijd nodig.

Rotmans meent dat centrale systemen voor geld, data, kennis, zorg, muziek, films, energie, verzekeringen, boeken, reizen en educatie niet meer nodig zijn. Dat vraagt om radicale innovatie, niet om een breed draagvlak. Radicaal betekent dat aan de bestaande belangen wordt getornd en impliceert een machtsverschuiving. En een breed draagvlak betekent incrementele aanpassingen en impliceert dat de bestaande machtsorde intact blijft. Helaas zijn de begrippen radicale innovatie en breed draagvlak moeilijk of niet verenigbaar. Dat heeft tijd nodig.


Overgenomen en aangepast van bloovi.be





                              



maandag 5 december 2016

Mensen tot hun 67ste laten werken, terwijl er 500.000 werklozen zijn. Hoe idioot kun je zijn ?

‘De politieke wereld kan de snelheid van de technologische ontwikkelingen niet bijhouden. Politici zitten vast in een denkkader dat voorbijgestreefd is, met als uitgangspunt: tewerkstelling is de basis van welvaart. Alle politieke partijen zijn daar nog altijd van overtuigd. Daarom verplichten ze mensen tot hun 67ste te werken, terwijl er een half miljoen werklozen zijn. Hoe idioot kun je zijn?’

Dat zegt de Vlaamse ondernemer-voetbalmecenas Roland Duchâtelet in een interview met Humo, waarin hij de politieke elite op de korrel neemt. Volgens de voormalige eigenaar van Standard Luik ‘bestaat de de creatie van nieuwe arbeidsplaatsen tegenwoordig vooral uit jobs die geen belasting verdragen – jobs bij de overheid, bijvoorbeeld – niet uit jobs bij bedrijven’:

‘In België bedraagt het aantal jobs bij de overheid, of gesubsidieerd door de overheid, 45 procent van het totale aantal.'

'Als je daar sociale zekerheidsbijdragen op heft, waar gaat dat geld dan naartoe? Naar de staat. Maar wie betaalt die werknemers? De staat. Netto brengt die 45 procent dus niks op voor de sociale zekerheid. Maar weinig mensen snappen dat.’

Duchâtelet is reeds geruime tijd een voorstander van het basisinkomen, dat nu in bijna alle westerse landen op de agenda staat. Volgens de geestelijke vader van het plan, de econoom Enno Schmidt, geeft het basisinkomen de armen in de maatschappij financiële veiligheid zonder hun waardigheid af te nemen en aan creatievelingen en ondernemers de mogelijkheid om hun passie na te streven. Hij vergelijkt het gevecht voor het basisinkomen zelfs met de strijd voor burgerrechten.

Ook in België is het basisinkomen door een aantal partijen in het programma opgenomen. In het programma van de Belgische beweging Vivant (Voor Individuele Vrijheid en Arbeid in een Nieuwe Toekomst), opgericht door Duchâtelet en opgegaan in Open VLD, staat naast de directe democratie het basisinkomen voor elke volwassene centraal. Volgens Duchâtelet heeft iedere burger recht op een vast en onvoorwaardelijk inkomen en beslist die daarnaast zelf hoeveel hij of zij extra wil verdienen door te werken.

Subsidies voor bedrijven en andere nutteloze dingen
Dat basisinkomen kan volgens hem makkelijk worden gefinancierd vanuit besparingen bij de overheid:

‘De inkomens van de werkende mensen zijn de afgelopen vijftien jaar niet verhoogd, als je ze corrigeert met de inflatie. Maar de uitgaven van de overheid zijn wel aanzienlijk verhoogd: in tien jaar tijd heb je een stijging met 25 procent. De overheid geeft te veel geld uit aan nutteloze dingen, zoals subsidies voor bedrijven.’



vrijdag 11 november 2016

Onevenwichtige wereldbalans voorspelt het einde van een tijdperk

De economie is onderdeel van iets dat groter is, namelijk de biosfeer. En die biosfeer is eindig. Vele problemen van vandaag zijn terug te voeren op dit harde feit. Eindeloze groei op een eindige planeet is biofysisch gewoonweg onmogelijk.

De financiële crisis van 2008 werd - en wordt - niet goed begrepen. Want die had in de eerste plaats een fundamenteel energetische achtergrond. In juli van 2008 bereikte de olieprijs een historisch maximum van 147 dollar en dat was de ultieme trigger die het kaartenhuis van de Amerikaanse huizenmarkt en van de gezwollen bankbalansen ongenadig blootlegde. Het financieel-economische stelsel kon een dergelijk hoge olieprijs niet meer verwerken.

Megarampen zoals het oliedebacle in de Golf van Mexcio (2010) en het nucleaire drama van Fukushima (2011) zijn signalen dat ons systeem tegen zijn biofysische grenzen aanbotst. Drie voor de wereldeconomie levensbelangrijke processen worden - ook in hun onderlinge samenhang - onvoldoende ernstig genomen :
  • Uitputting van de biosfeer door broeikasgassen, drinkwatertekorten,       overbevissing, oceaanvervuiling, bodemerosie, verlies aan biodiversiteit enz.
  • Uitputting van goedkope olie (lees hier en hier).
  • Uitputting van kapitaal; vooral dit gegeven willen we verder uitdiepen en in het juiste perspectief plaatsen.

Opgeblazen virtuele rijkdom
Om de wereldeconomie overeind te houden na de crash van 2008, werden er grote schulden aangegaan. Onderstaande grafiek toont aan dat de wereldschuld sneller gegroeid is dan de onderliggende waarde (GDP = bruto binnenlands product).  Sinds het begin van de jaren '80 is die stijging ronduit spectaculair geweest. 
Bron : businessinsider.com  -  'Post GFC' wil zeggen 'na de grote financiële crisis' (van 2008)

Schuldverplichtingen kan men beschouwen als financiële bezittingen, die aanspraken zijn op toekomstige reële activa. Die toekomstige rijkdom is in essentie gebaseerd op verwachtingen van toekomstige economische groei. Maar die financiële bezittingen zijn feitelijk abstracties want die vooropgestelde groei is niet concreet. Ons gehele systeem is gegrondvest op de verwachting van permanente groei die voor het inkomen zal zorgen om de aangegane schulden terug te betalen.

De kern van de zaak is dat we te veel financiële vorderingen op onderliggende goederen en diensten - zoals energie, voedsel, arbeid, industriële producten, infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen - op elkaar hebben gestapeld. Deze vorderingen bestaan in de vorm van schulden en derivaten (lees over derivaten hier en hier). 

Bovenstaande grafische voorstelling is een ruwe - geen exacte - weergave van de huidige wanverhouding tussen virtuele - en reële activa. Op zeker moment zal duidelijk worden dat de enorme oceaan van uitstaande vorderingen nooit meer kan gehonoreerd worden, met als resultaat een vloedgolf van wanbetalingen en faillissementen die een belangrijk deel van de economie zal wegspoelen.

Meer economische groei is onrealistisch
Steeds weer kiezen de beleidsmakers voor de schijnbaar enig mogelijke oplossing voor al onze problemen (armoede, werkloosheid, milieuschade, begrotingstekorten, handelsdeficits, bail-outs, bedrijfssluitingen enz) : meer economische groei !  Onze beslissingnemers lijken tegenwoordig geen ander mantra meer te kunnen opdreunen.

We hebben de hoeveelheid financiële activa vermeerderd, praktisch zonder limiet, om in de illusie te blijven leven dat iedere vorm van economische groei goed is en ons rijker maakt. Terwijl we al te gemakkelijk 'vergeten' dat deze zogenaamde activa niets anders zijn dan aanspraken op de toekomstige groei van reële rijkdom, waarvan het onrealistisch is dat dergelijke groei ooit zal plaatsvinden. Want de toename van reële rijkdom wordt beperkt door drie onontkoombare limieten : de uitputting van grondstoffenreserves die nodig zijn om de globale economie draaiende te houden, de oplopende schade aan de biosfeer en de groter wordende schuldverplichtingen.

Het volgende beeld toont de evolutie van het BBP in de OESO-landen (een groep van 35 overwegend welvarende naties) en in de wereld tussen 1961 en 2011. Het valt op dat de economische langetermijnontwikkeling van de OESO een fluctuerende maar consistent dalende groeiratio laat zien.
Bron : wikipedia

Geavanceerde kapitalistische beschavingen zitten in een fase van gelijkblijvende of dalende opbrengsten. Neem het volgende eens in overweging : vergeleken met die dalende rendementen, steeg in dezelfde periode de energieconsumptie, de globale schuld (zie eerste grafiek), de bevolkingsgroei, de broeikasgasuitstoot en het uitsterven van diersoorten exponentieel.

Nadenken over de toekomst
Het hierboven geschetste grote onevenwicht tussen virtuele - en reële rijkdom - kan onmogelijk standhouden. De fundamentele problemen van het monetaire systeem werden niet aangepakt, enkel verdoezeld of zelfs verergerd.
Binnen afzienbare tijd krijgen we een enorme crash op de financiële markten die heel wat ernstiger zal zijn dan hetgeen in het najaar van 2008 is gebeurd. Daarna zal er, allicht op het niveau van de G20 (een groep van 19 landen en de Europese Unie), een grote schuldenconferentie plaatsvinden waarbij beslist zal worden om een groot deel van de globale schuldverplichtingen af te schrijven.

Meer en meer economen hebben begrepen dat ons huidig economisch paradigma van eindeloze groei onhoudbaar is. Verschillende specialisten hebben zich - vroeger en nu - over deze problematiek gebogen, maar hun ideeën en voorstellen zijn nog lang geen 'mainstream' geworden.

Hun gedachtegoed kan als volgt worden samengevat :
- De economie dient terug binnen haar biofysieke grenzen te worden gebracht.
- Er is nood aan een economisch model dat rekening houdt met de 
  assimilatie- en regeneratieve mogelijkheden van het ecosysteem.
- We moeten anders leren groeien. We dienen de overstap te maken van groei 
  naar ontwikkeling, namelijk van een groeimodel dat inteert op ons kapitaal en
  het milieu naar een gezonde evolutie waarbij de biosfeer kan worden 
  hersteld en ons consumptiegedrag teruggeschroefd. Waarbij meer aandacht
  wordt besteed aan welzijn en een evenwichtiger levensritme.
- Zonder groei is er maar een enkele mogelijkheid om armoede te bestrijden en 
  dat is door te delen. De klemtoon verschuift dan van een systeem waar het 
  verwerven van bezit voorop staat naar een goed georganiseerde
  deeleconomie.
- Een monetaire hervorming waarbij fiatgeld (geld dat uit het niets wordt 
  gecreëerd) en rente worden afgeschaft en vervangen door een systeem van 
  complementaire munten.
- Een nieuw politiek model dat de burger meer inspraak geeft, waarbij een 
  langetermijnstrategie wordt gehanteerd en dat de inmenging van allerlei
  belangengroepen inperkt.

Conclusies
Weldra vliegt de wereld tegen een zelf opgetrokken monetaire muur aan wat het einde van een tijdperk zal inluiden. Om het grote onevenwicht tussen virtuele welvaart en reële activa te herstellen, is het noodzakelijk dat er een nieuw energetisch - en financieel stelsel in het leven wordt geroepen.
Echter, afgezien van het gebrek aan inzicht in de samenhang van de wereldproblemen, vormt de enorme invloed van onwrikbare machtsgroepen een levensgroot struikelblok. Diegenen die het grootste voordeel hebben bij het bestaande paradigma, namelijk grote lobbies zoals Wall Street (de grootbanken in de Verenigde Staten én in Europa), Big Oil (de grote oliebedrijven) en het militair-industrieel complex (ondernemingen actief in de militaire industrie), zullen de meeste weerstand bieden tegen verandering.

Als je dit een interessant artikel vond, deel het dan even via bvb. de sociale media. Dank !